Ga naar inhoud

Veelgestelde vragen | Rekenmachines

Functies en gebruik van de wetenschappelijke rekenmachine

Overig

Moet ik iets onthouden wanneer ik berekeningen uitvoer waarin trigonometrische functies of hoeken voorkomen?

Ja. De rekenmachine heeft drie hoekmodi. U moet dus van tevoren controleren of de geselecteerde hoekmodus de juiste modus is voor het type berekening dat u wilt uitvoeren. Als dat niet zo is, moet u een andere hoekmodus selecteren. De instelling van de hoekmodus bepalen De huidige instelling van de hoekmodus wordt aangegeven met een van de volgende indicatoren die hieronder worden beschreven. Degree (Graden): Als "D" of "DEG" wordt weergegeven op het display, is Degree (Graden) de huidige hoekmodus. Een graad is 1/360 deel van de omtrek van een cirkel. Eén graad wordt weergegeven als 1゜. De volgende berekening is een berekening met graden. sin90°= cos 0°=1 Radian (Radialen): Als "R" of "RAD" wordt weergegeven op het display, is Radian (Radialen) de huidige hoekmodus. Een radiaal is 1/2πr van de omtrek van een cirkel. Metingen van hoeken met behulp van radialen wordt het "radiale systeem van hoekmeting" genoemd. 1 radiaal = 360゜/(2π) De volgende berekening is een berekening met radialen. sin(π/2) =1 cos (2π)=1 Grad (Gradiënten): Als "G" of "GRA" wordt weergegeven op het display, is Grad (Gradiënten) de huidige hoekmodus. Een gradiënt is 1/400 van de omtrek van een cirkel. De volgende berekening is een berekening met gradiënten. sin100 gradiënten=cos 400 gradiënten=1 De volgende berekening laat de relatie tussen de drie hoekmodi zien. 90°=π/2 radialen=100 gradiënten Degree (Graden) is de standaardhoekmodus voor een standaard wetenschappelijke rekenmachine en een programmeerbare rekenmachine. De hoekmodus wijzigen S-V.P.A.M., V.P.A.M., fx-4800P, fx-5500LA, fx-3650P, fx-3950P, enzovoort: Druk op [MODE] om door de schermen op het display te bladeren totdat het scherm voor het selecteren van een hoekmodus wordt weergegeven. Voer het getal in van de hoekmodus die u wilt selecteren. Andere standaard en programmeerbare wetenschappelijke rekenmachines dan bovenstaande: Druk op de [MODE]-toets en de toets met het getal van de hoekmodus die u wilt selecteren. Onder het display staat op welke cijfertoets u moet drukken.

Hoe werkt de [MODE]-toets?

Met de [MODE]-toets kan een modus worden geselecteerd, zoals hieronder staat beschreven. Belangrijk! De volgende beschrijving is een algemene beschrijving van de modi van de wetenschappelijke rekenmachine. Het kan zijn dat niet alle modi die hier worden beschreven op uw rekenmachine beschikbaar zijn. 1) Berekeningsmodi Voordat u een berekening gaat uitvoeren, moet u eerst de desbetreffende berekeningsmodus selecteren. COMP: rekenkundige basisberekeningen (rekenkundige bewerkingen, trigonometrische functies, enzovoort) CMPLX: berekeningen met complexe getallen STAT: statistische berekeningen SD: statistische berekeningen met één variabele (voorbeeld standaarddeviatie, enzovoort) LR of REG: statistische berekeningen met gekoppelde variabele (lineaire regressie statistische berekeningen, enzovoort) BASE of BASE-n: berekeningen in het binaire, octale, decimale, hexadecimale getalsysteem MAT of MATRIX: matrixberekeningen (determinanten, enzovoort) VCT of VECTOR: vectorberekeningen EQN: vergelijkingen tot de n-de graad, gelijktijdige vergelijkingen TABLE: genereren van een getaltabel op basis van een of twee functies 2) Weergave-instellingen Met deze instellingen kunt u opgeven hoe de resultaten van berekeningen worden weergegeven. Het wijzigen van de Fix- en Sci-instellingen heeft geen effect op de resultaten van interne berekeningen. Norm: exponentieel weergaveformaat en annuleert de geconfigureerde Fix- en Sci-instellingen. Fix: specificeert een vast aantal cijfers achter de decimale komma. Sci: specificeert een vast aantal significante cijfers. 3) Instelling van de hoekeenheid (90°=π/2 radialen=100 gradiënten) Deg: Degree (Graden) Rad: Radian (Radialen) Gra: Grads (Gradiënten) 4) Engineering-modus Gebruik deze modus wanneer u met behulp van ingenieursymbolen berekeningen wilt invoeren en uitvoeren.

Kan ik met een wetenschappelijke rekenmachine berekeningen met complexe getallen specifiek in polaire vorm uitvoeren?

Ja. Met de volgende modellen kunnen rekenkundige berekeningen van complexe getallen gemakkelijk worden beheerd met de rekenmachines. Dat zijn de modellen fx-991MS / fx-115MS / fx-912MS / fx-3650P / fx-3950P Deze typen berekeningen die vaak worden gebruikt in natuurkundige en technische omgevingen, worden hier als aanvulling op de handleiding van de rekenmachine uitgelegd. De complexe getallen kunnen in twee verschillende vormen worden weergegeven: Rechthoekige of cartesische vorm: z = x+iy (in sommige notaties kan j in plaats van i worden gebruikt.) Polaire vorm of fasorvorm: z = r∠θ of z = |z|e^θi. (In sommige notaties kan φ in plaats van θ worden gebruikt.) Voorbeeld 1: converteer het complexe getal (z = -4+3i) naar de polaire vorm. 1. Stel in de COMPLEX-modus de hoekeenheid in op Graden (Deg). [MODE] [2](COMPLEX) [MODE]...[1](Deg) 2. Voer de complexe getallen z = -4+3i in. [(-)][4][+][3][ENG](i)[=] 3. Het resultaat in rechthoekige vorm. De waarde van het reële deel: -4 De waarde van het imaginaire deel na indrukken van [SHIFT][=] (Re<->Im): 3 (i) 4. De weergavewijziging van de waarde van de rechthoekige vorm wordt uitgevoerd in polaire vorm. De absolute waarde in polaire vorm na indrukken van [SHIFT][+](>r∠θ)[=]: 5 De hoekwaarde na indrukken van [SHFT][=] (Re<->Im): 143,1301024 Het resultaat in polaire vorm: 5∠143,1301024 (hoekeenheid: Deg) Voorbeeld 2: converteer het complexe getal (2∠60゜) naar de rechthoekige vorm. 1. Stel in de COMPLEX-modus de hoekeenheid in op Graden (Deg). [MODE] [2](COMPLEX) [MODE]...[1](Deg) 2. Voer de complexe getallen 2∠60 in. [2][SHIFT][(-)](∠)[6][0][=] 3. Het resultaat in rechthoekige vorm. De waarde van het reële deel: 1 De waarde van het imaginaire deel na indrukken van [SHIFT][=] (Re<->Im): 1,732050808 (i) Het resultaat in rechthoekige vorm: 1+1,732050808i Er kan met de hoekeenheid Radialen worden gewerkt. Wanneer de hoekmodus is ingesteld op Radian (Radialen), kunnen de hoekwaarden worden ingevoerd als pi-vermenigvuldigingsfactoren. (180゜ =π radiaal.) Bovenstaand voorbeeld 2 wordt berekend in Radialen. 1. Stel in de COMPLEX-modus de hoekeenheid in op Radialen (Rad). [MODE][2](COMPLEX) [MODE]...[2](Rad) 2. Voer de complexe getallen 2∠π/3 in. (60゜=π/3 radiaal.) [2][SHIFT][(-)](∠)[SHIFT] [EXP](π)[ab/c] [3][=] 3. Het resultaat in rechthoekige vorm. De waarde van het reële deel: 1 De waarde van het imaginaire deel na indrukken van [SHIFT][=] (Re<->Im): 1,732050808 (i) Complexe getallen – berekening (optellen / aftrekken) De twee complexe getallen in rechthoekige vorm, z1 en z2, worden gegeven. : z1 = 4+2i, z2 = -1+5i Voorbeeld 3: optellen z1+z2 = 3+7i 1. Stel in de COMPLEX-modus de hoekeenheid in op Graden (Deg). [MODE] [2](COMPLEX) [MODE]...[1](Deg) 2. Voer de waarde in. z1+z2. Weergegeven resultaat: De waarde van het reële deel: 3 De waarde van het imaginaire deel na indrukken van [SHIFT] [=](Re<->Im): 7 (i) Voorbeeld 4: aftrekken z1-z2 = 5-3i 1. Stel in de COMPLEX-modus de hoekeenheid in op Graden (Deg). [MODE] [2](COMPLEX) [MODE]...[1](Deg) 2. Voer de waarde in. z1-z2. Weergegeven resultaat: De waarde van het reële deel: 5 De waarde van het imaginaire deel na indrukken van [SHIFT] [=](Re<->Im): -3 (i) Complexe getallen – berekening (vermenigvuldigen / delen) De twee complexe getallen in polaire vorm, z1 en z2, worden gegeven (hoekeenheid: Graden) z1 =5∠70, z2 = 3∠45 Voorbeeld 5: vermenigvuldigen z1*z2 = 15∠115 1. Stel in de instellingen de COMPLEX-modus, de polaire vorm voor het weergeven van de resultaten van berekeningen met complexe getallen en de hoekeenheid Graden in. [MODE][2](COMPLEX) [MODE]...[1](Disp)[rechtercursortoets][2](r∠θ) [MODE]...[1](Deg) 2. Voer de waarde in. z1*z2 Weergegeven resultaat: De absolute waarde van het getal in polaire vorm: 15 De hoekwaarde na indrukken van [SHFT][=] (Re<->Im): 115 Voorbeeld 6: delen z1/z2 = 1,666666667∠ 25 1. Stel in de instellingen de COMPLEX-modus, de polaire vorm voor het weergeven van de resultaten van berekeningen met complexe getallen en de hoekeenheid Graden in. [MODE][2](COMPLEX) [MODE]...[1](Disp)[rechtercursortoets][2](r∠θ) [MODE]...[1](Deg) 2. Voer de waarde in. z1/z2 Weergegeven resultaat: De absolute waarde van het getal in polaire vorm: 1,666666667 De hoekwaarde na indrukken van [SHFT][=] (Re<->Im): 25 3. De weergavewijziging van de waarde van de polaire vorm wordt uitgevoerd in de rechthoekige vorm. De waarde van het reële deel na indrukken van [SHIFT][-](>a+bi)[=]: 1,510512978 De waarde van het imaginaire deel na indrukken van [SHIFT][=](Re<->Im): 0,704363769 (i)

Moet ik iets onthouden wanneer ik BASE-N- en logische bewerkingen ga uitvoeren?

Ja. Berekeningen kunnen behalve op decimale waarden ook op binaire, octale en hexadecimale waarden worden uitgevoerd. De resultaten van een berekening in de BASE-N-modus worden altijd weergegeven met het geselecteerde getalsysteem. U kunt de instelling voor het getalsysteem wijzigen als u de waarde in een ander getalsysteem wilt weergeven. Ook kunt u berekeningen op negatieve waarden en logische bewerkingen uitvoeren. Opmerking: Wanneer u hexadecimale waarden invoert, gebruikt u de toetsen met de rode of groene letters om de letters A, B, C, D, E en F in te voeren. In dat geval hoeft u niet eerst op de [ALPHA]-toets te drukken wanneer u op een lettertoets drukt. Converteren van BASE-N naar decimaal Getalsysteem Grondtal voorbeeld (decimaal getal 28) Resultaat Binair 2 1x 2 4 + 1x 2 3 + 1x 2 2 + 0x 2 1 + 0x2 0 11100 Octaal 8 3x 8 1 + 4x 8 0 34 Decimaal 10 2x 10 1 + 8x 10 0 28 Hexadecimaal 16 1x 16 1 + 12x 16 0 1C De volgende berekeningen zijn berekeningen op de fx-991MS. Dit werkt ook op deze manier bij andere modellen wetenschappelijke rekenmachines (fx-115MS, fx-115WA, fx-991WA, fx-3650P, enzovoort). Voorbeeld: u converteert de decimale waarde 28 als volgt naar het binaire equivalent van dat getal. 1. Geef in de BASE-modus decimaal op als de standaardinstelling voor het grondtal. [MODE] [MODE] [3](BASE) [X 2 ](Dec) 2. Voer het decimale getal 28 in. [2] [8] [=] 3. Geef binair op als het gewenste grondtal. [log](BIN) Weergegeven resultaat: 11100 Logische bewerkingen Bij logische bewerkingen worden de resultaten van het bitwise logische product (and), de logische som (or), de exclusieve logische som (Xor, Exor) en de exclusieve, negatieve logische som (Xnor) weergegeven. In het geval van negatieve binaire, octale en decimale waarden wordt het complement van twee van het binaire equivalent van de waarde genomen en wordt het resultaat vervolgens geretourneerd naar de oorspronkelijke waarde van het grondtal. Bij het decimale grondtal worden negatieve getallen weergegeven met een minteken. Waarheidstabel A B A And B A Or B A Nand B A Nor B A Xor B 0 0 0 0 1 1 0 0 1 0 1 1 0 1 1 0 0 1 1 0 1 1 1 1 1 0 0 0 A Nand B is gelijk aan: Not (A and B) A Nor B is gelijk aan: Not (A or B) A Xor B is gelijk aan: (A Or B) And (Not(A) Or Not(B)) Voorbeelden: Neem de bitwise Or en Xor van de hexadecimale getallen 19 en 1A en converteer de resultaten naar binaire getallen. Bewerking met Or: 19 Or 1A 1. Geef in de BASE-modus hexadecimaal op als de standaardinstelling voor het grondtal. [MODE] [MODE] [3](BASE) [^](Hex) 2. Voer het hexadecimale getal 19 in. [1] [9] 3. Voer de logische operator in. [x -1 ](LOGIC) [2](or) 4. Voer het hexadecimale getal 1A in dat het hexadecimale resultaat weergeeft. [1] [( - )](A) [=] Weergegeven resultaat: 1b 5. Geef binair op als het gewenste grondtal. [log](BIN) Weergegeven resultaat: 11011 Bewerking met Xor: 19 Xor 1A 1. Geef in de BASE-modus hexadecimaal op als de standaardinstelling voor het grondtal. [MODE] [MODE] [3](BASE) [^](Hex) 2. Voer het hexadecimale getal 19 in. [1] [9] 3. Voer de logische operator in. [x -1 ](LOGIC) [x -1 ](LOGIC) [1](xor) 4. Voer het hexadecimale getal 1A in dat het hexadecimale resultaat weergeeft. [1] [( - )](A) [=] Weergegeven resultaat: 3 5. Geef binair op als het gewenste grondtal. [log](BIN) Weergegeven resultaat: 11

Hoe werkt de [MODE]-toets?

Met de [MODE]-toets kan een modus worden geselecteerd, zoals hieronder staat beschreven. Belangrijk! De volgende beschrijving is een algemene beschrijving van de modi van de wetenschappelijke rekenmachine. Het kan zijn dat niet alle modi die hier worden beschreven, op uw rekenmachine beschikbaar zijn. 1) Berekeningsmodi Voordat u een berekening gaat uitvoeren, moet u eerst de desbetreffende berekeningsmodus selecteren. COMP: rekenkundige basisberekeningen (rekenkundige bewerkingen, trigonometrische functies, enzovoort) COMPLEX: berekeningen met complexe getallen STAT: statistische berekeningen BASE-N: berekeningen met het binaire, octale, decimale en hexadecimale getalsysteem MATRIX: matrixberekeningen (determinanten, enzovoort) VECTOR: vectorberekeningen EQN: vergelijkingen tot de n-de graad, gelijktijdige vergelijkingen TABLE: genereren van een getaltabel op basis van een of twee functies 2) MthIO/LineIO-instellingen specificeert het weergaveformaat. MthIO-MathO of MthIO geeft invoer en resultaten van berekeningen weer in dezelfde notatie als op papier. MthIO-LineO geeft invoer weer zoals MathO, maar de resultaten van berekeningen worden lineair weergegeven. (alleen bij de ES PLUS-serie) Bij LineIO worden breuken en expressies op een enkele regel weergegeven. 3) Weergave-instellingen Met deze instellingen kunt u opgeven hoe de resultaten van berekeningen worden weergegeven. Het wijzigen van de Fix- en Sci-instellingen heeft geen effect op de resultaten van interne berekeningen. Norm: exponentieel weergaveformaat en annuleert de geconfigureerde Fix- en Sci-instellingen. Fix: specificeert een vast aantal cijfers achter de decimale komma. Sci: specificeert een vast aantal significante cijfers. 4) Instelling van de hoekeenheid (90°=π/2 radialen=100 gradiënten) Deg: Degrees (Graden) Rad: Radians (Radialen) Gra: Grads (Gradiënten)

Wat is "NATURAL-V.P.A.M", "Natural Display" of "Natural Textbook Display"?

Een belangrijk verschil tussen de rekenmachines uit de fx-ESPLUS-serie (fx-ES-serie) en oudere rekenmachines is de " NATURAL-V.P.A.M", "Natural Display" of "Natural Textbook Display". Deze termen verwijzen naar de mogelijkheid van de rekenmachines uit de fx-ESPLUS -serie ( fx- ES-serie) om wiskundige bewerkingen en termen waarheidsgetrouw weer te geven. Als u breuken, afgeleiden, integralen en veel andere bewerkingen met de ander rekenmachines wilt invoeren, moet u op een aantal punten letten. Eerst zult u moeten weten hoe u deze termen moet invoeren. Nadat u een term hebt ingevoerd, ziet het display er anders uit dan de vertrouwde illustraties in de wiskundeboeken. Dit is vooral voor leerlingen in lagere klassen en leerlingen voor wie wiskunde nieuw is, een groot probleem. Zij zullen moeten wennen aan twee verschillende weergaven van dezelfde bewerking. De nieuwe Casio-rekenmachines uit de fx- ESPLUS-serie ( fx- ES-serie) kunnen breuken, afgeleiden, integralen, sommen en andere bewerkingen weergeven zoals die in wiskundeboeken staan. Het voordeel daarvan is dat het invoeren daarvan veel gemakkelijker is en de weergave veel duidelijker wordt. Hieronder vindt u een vergelijking op dit gebied tussen beide soorten rekenmachines. In elke afbeelding wordt de invoer en de uitvoer van elke bewerking getoond. Bewerking fx- ES PLUS-serie ( fx- ES-serie) andere rekenmachines Breuk Afgeleide omschreven Integraal Som

Moet ik iets onthouden wanneer ik BASE-N- en logische bewerkingen ga uitvoeren?

Ja. Behalve op decimale waarden kunnen berekeningen ook worden uitgevoerd op binaire, octale en hexadecimale waarden. De resultaten van een berekening in de BASE-N-modus worden altijd weergegeven met het geselecteerde getalsysteem. U kunt de instelling voor het getalsysteem wijzigen als u de waarde in een ander getalsysteem wilt weergeven. Ook kunt u berekeningen op negatieve waarden en logische bewerkingen uitvoeren. Opmerking: Wanneer u hexadecimale waarden invoert, gebruikt u de toetsen met de rode of groene letters om de letters A, B, C, D, E en F in te voeren. In dat geval hoeft u niet eerst op de [ALPHA]-toets te drukken wanneer u op een lettertoets drukt. Converteren van BASE-N naar decimaal Getalsysteem Grondtal voorbeeld (decimaal getal 28) Resultaat Binair 2 1x 2 4 + 1x 2 3 + 1x 2 2 + 0x 2 1 + 0x2 0 11100 Octaal 8 3x 8 1 + 4x 8 0 34 Decimaal 10 2x 10 1 + 8x 10 0 28 Hexadecimaal 16 1x 16 1 + 12x 16 0 1C De volgende berekeningen zijn berekeningen op de fx-991ESPLUS. Voorbeeld: u converteert de decimale waarde 28 als volgt naar het binaire equivalent van dat getal. 1. Geef in de BASE-modus decimaal op als de standaardinstelling voor het grondtal. [MODE] [4](BASE-N) [X 2 ](Dec) 2. Voer het decimale getal 28 in. [2] [8] [=] 3. Geef binair op als het gewenste grondtal. [log](BIN) Weergegeven resultaat: 0000000000011100 (Bin) Logische bewerkingen Bij logische bewerkingen worden de resultaten van het bitwise logische product (and), de logische som (or), de exclusieve logische som (Xor, Exor) en de exclusieve, negatieve logische som (Xnor) weergegeven. In het geval van negatieve binaire, octale en decimale waarden wordt het complement van twee van het binaire equivalent van de waarde genomen en wordt het resultaat vervolgens geretourneerd naar de oorspronkelijke waarde van het grondtal. Bij het decimale grondtal worden negatieve getallen weergegeven met een minteken. Waarheidstabel A B A And B A Or B A Nand B A Nor B A Xor B 0 0 0 0 1 1 0 0 1 0 1 1 0 1 1 0 0 1 1 0 1 1 1 1 1 0 0 0 A Nand B is gelijk aan: Not (A and B) A Nor B is gelijk aan: Not (A or B) A Xor B is gelijk aan: (A Or B) And (Not(A) Or Not(B)) Voorbeelden: Neem de bitwise Or en Xor van de hexadecimale getallen 19 en 1A en converteer de resultaten naar binaire getallen. Bewerking met Or: 19 Or 1A 1. Geef in de BASE-modus hexadecimaal op als de standaardinstelling voor het grondtal. [MODE] [4](BASE-N) [^] (Hex) 2. Voer het hexadecimale getal 19 in. [1] [9] 3. Voer de logische operator in. [SHIFT] [3](BASE) [2](or) 4. Voer het hexadecimale getal 1A in dat het hexadecimale resultaat weergeeft. [1] [( - )](A) [=] Weergegeven resultaat: 1B (Hex) 5. Geef binair op als het gewenste grondtal. [log](BIN) Weergegeven resultaat: 0000000000011011 Bewerking met Xor: 19 Xor 1A 1. Geef in de BASE-modus hexadecimaal op als de standaardinstelling voor het grondtal. [MODE] [4](BASE-N) [^] (Hex) 2. Voer het hexadecimale getal 19 in. [1] [9] 3. Voer de logische operator in. [SHIFT] [3](BASE) [3] (xor) 4. Voer het hexadecimale getal 1A in dat het hexadecimale resultaat weergeeft. [1] [( - )](A) [=] Weergegeven resultaat: 3 (Hex) 5. Geef binair op als het gewenste grondtal. [log](BIN) Weergegeven resultaat: 0000000000000011 (Bin)

Moet ik iets onthouden wanneer ik berekeningen uitvoer waarin trigonometrische functies of hoeken voorkomen?

Ja. De rekenmachine heeft drie hoekmodi. U moet dus van tevoren controleren of de geselecteerde hoekmodus de juiste modus is voor het type berekening dat u wilt uitvoeren. Als dat niet zo is, moet u een andere hoekmodus selecteren. De instelling van de hoekmodus bepalen De huidige instelling van de hoekmodus wordt aangegeven met een van de volgende indicatoren die hieronder worden beschreven. Degree (Graden): Als "D" wordt weergegeven op het display, is Degree (Graden) de huidige hoekmodus. Een graad is 1/360 deel van de omtrek van een cirkel. Eén graad wordt weergegeven als 1゜. De volgende berekening is een berekening met graden. sin90°= cos 0°=1 Radian (Radialen): Als "R" wordt weergegeven op het display, is Radian (Radialen) de huidige hoekmodus. Een radiaal is 1/2πr van de omtrek van een cirkel. Metingen van hoeken met behulp van radialen wordt het "radiale systeem van hoekmeting" genoemd. 1 radiaal = 360゜/(2π) De volgende berekening is een berekening met radialen. sin(π/2) =1 cos (2π)=1 Grad (Gradiënten): Als "G" wordt weergegeven op het display, is Grad (Gradiënten) de huidige hoekmodus. Een gradiënt is 1/400 van de omtrek van een cirkel. De volgende berekening is een berekening met gradiënten. sin100 gradiënten=cos 400 gradiënten=1 De volgende berekening laat de relatie tussen de drie hoekmodi zien. 90°=π/2 radialen=100 gradiënten Degree (Graden) is de standaardhoekmodus voor een standaard wetenschappelijke rekenmachine. De hoekmodus wijzigen Druk op de toetsen [SHIFT] [MODE] en de toets met het getal van de hoekmodus die u wilt selecteren.

Select a location